’t Leven (+ dillebrood)

Elke dag hebben we het minstens tien keer tegen elkaar gezegd: “Dit is ’t leven.”

  1. Wanneer heel Frankrijk nog in een diepe slaap is, uit de tent kruipen en het geurspoor volgen naar de dichtstbijzijnde boulangerie.
  2. Une baguette svp. Oh et deux pains aux raisins.
  3. De fietsen parkeren, de dauw van een bankje op het dorpsplein vegen en de pot confiture de cassis opendraaien en het botervlootje opdiepen uit een fietstas.

Door dit ritueel elke dag te herhalen en op die manier met twee personen op twee weken tijd 3 potten confituur en 2 vlootjes échte boter te verorberen, ben ik erin geslaagd 1051 kilometer te fietsen en tóch te verdikken. Dankzij deze meneer:

De desserts op restaurant kunnen er ook wel iets mee te maken gehad hebben. Zo voerden we een vergelijkende studie naar de café gourmand, die soms met een île flottante uit de supermarkt werd geserveerd en gelukkig wat vaker met heerlijke hapjes als een glaasje met platte kaas, rode vruchten en speculaascrumble. Of deze Charlotte glacé:

Of de wijnen. Want als een mens dwars door Frankrijk suist met de fiets, hoort daar toch wat proeverij bij. Zo vergaten we snel genoeg de plensbuien.

Of de toevallige bezoekjes aan toprestaurants, waar we door de chef werden ontvangen en heerlijkheden op ons bord kregen waar je in België ruim het dubbele voor betaalt. Wat dacht je van fleur de courgette farcie of lapin zoals ik het nog nooit heb gegeten?

En dan kom je met bruingebrande billen (van 3 dagen zon) thuis en heb je in 14 dagen geen kookpot aangeraakt. En dan kriebelt het. Hard. Gelukkig was er meteen een feestje waarvoor ik met een collega/vriendin de catering verzorgde. Een hele avond fingerfood, dat was het concept. We stonden dus een paar heerlijke uren in de keuken en later volgden heerlijke uren in een zonovergoten tuin waarbij we onze fingers bijna mee opaten.

Eén pronkstuk wil ik jullie niet onthouden. Het dillebrood is het simpelste ding dat gisteren op tafel kwam, maar het is de presentatie die het ‘m doet. Ik at het ooit op een feestje bij een vriendin en ik kon er niet van afblijven. Ik bedelde om het recept en stuur het nu de wijde wereld in.

Dillebrood als hapje op een feestje

Ingrediënten:

  • 1 lichtgrof rond boerenbrood (ongesneden!! Deze kip kon opnieuw de winkel in omdat ze in haar onoplettendheid het brood had laten snijden!)
  • 1 dikke zoete ui – fijn gesnipperd
  • verse dille (een grote tak – naar smaak) – grof gesneden
  • een klein bosje peterselie – grof gesneden
  • 2 kleine teentjes look – fijn gesnipperd
  • 3 potjes zure room (woeps, caloriebom!)
  • 3 el mayonaise
  • 1 tl kristalsuiker

Onthoofd het brood en hol het uit. Het dak van het brood en het zachte brood scheur je in stukjes en doe je in een potje. Hiermee zullen je gasten straks je roommengsel dippen.

Vermeng de overige ingrediënten en giet ze in het uitgeholde brood. Serveer!

TIP: maak je roommengsel een paar uur eerder, dan heeft de dille de tijd om zijn smaak te verspreiden. Het brood uithollen doe je uiteraard maar à la minute, anders kan je ’t beter aan de eendjes in ’t park voeren.

Dit bericht werd geplaatst in Hapje, Volk over de vloer. Bookmark de permalink .

Een reactie op ’t Leven (+ dillebrood)

  1. Dorien zegt:

    Hey Sarah,
    Ik zou je iets willen vragen over je kookkunsten (voor artikel De Standaard Magazine), maar vind geen e-mailadres van je. ’t Zou tof zijn als je me even mailde: dorien.knockaert@standaard.be. Dank!
    Dorien

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s