Pasta met raapstelen

We mogen deze zomer resideren op den buiten. Denk: koeien wanneer ik uit het keukenraam kijk, mama en papa merel die aan- en afvliegen met wormpjes voor baby merel én de bioboer als buur! Een hele verandering wanneer je jaren in het dichtst bevolkte stukje Gent hebt gewoond.

DUS. Toen ik vandaag in een lege koelkast tuurde, besloot ik eens naar de boer te wandelen. Daar lagen de laatste schorseneren wat zielig te wezen in een rieten mandje, naast aardappelen, uien en nog wat rode bieten. Veel restanten van een productieve winter terwijl op het veld de lente losbarst en weldra zijn weelde ook in het biowinkeltje zal laten voelen. Eerste getuige van die evolutie: de krakend verse raapsteeltjes naast de zuivel waar de boer om bekend staat. De keten van boer naar bord op z’n kortst!

Thuisgekomen besloot ik te gaan voor Italiaanse eenvoud: Tortelloni con cime di rapa (tortelloni met raapsteeltjes).

  1. Was de raapstelen en snijd ze grof.
  2. Kook de raapstelen kort in veel gezouten water, vis ze uit het kookwater en laat ze uitdruppen en hak ze nog fijner.
  3. Kook in hetzelfde water de tortelloni (of andere kleine pasta). Ik koos tortelloni met kaas omdat het originele Italiaanse recept ansjovis vereist en ik het zoutige daarvan wat wilde vervangen in de veggie versie. Je kan ook wat Parmesaan toevoegen aan het eind, maar zoals ik al zei: mijn koelkast was leeg.
  4. Verwarm stevig wat erg lekkere olijfolie. Ik liet me onlangs even gaan bij Antico Sapore. Een uiterst charmant winkeltje met een pracht van een verhaal en uitstekende olijfolie.
  5. Fruit in de olie een rood pepertje en een stevige teen gesnipperde look. Laat zeker niet verkleuren.
  6. Voeg de gekookte raapsteeltjes toe en laat even meefruiten.
  7. De pasta is nu gaar en mag bij je groenten.
  8. Goed omroeren en eventueel bijkruiden.

Easy peasy, snel en gezond. Hoezee!

Geplaatst in Groente, Pasta, Veggie | 5 reacties

Broodbeleg: veggie pitasalade

Een tijdje geleden volgde ik een workshop ‘De betere brooddoos’ onder leiding van Leentje. Dat moest interessant worden want ik blijf thuis hier een beetje steken in hummus met allerlei toevoegingen en zoals u al wel heeft gemerkt aan de frequentie blogposts hier, kon ik een inspiratieboost gebruiken.

Mission accomplished.

We bereidden in een klein groepje een hele resem beleg en nadien gingen we in elkaars potjes zitten om alles te proeven. Ik had in het receptenboekje meteen al de pitasalade opgemerkt. Als semi-veggie met sporadische heimwee naar het carnivoortijdperk is dat ook niet zo verwonderlijk. In studententijden vrat ik vleessalade met de kilo…

De pitasalade ‘ticks all my boxes’: pittig, smeuïg en heel erg hartig. Het receptje vindt u hier, maar wij bereidden hem in de ‘les’ toch een beetje anders. Daarom hier nog eens een kort overzicht.

Ingrediënten

  • 100 gram sojabrokken (welke marketingidioot bedacht die naam??) – verkrijgbaar in alle bio- en natuurwinkels. Een van de goedkoopste en meest efficiënte vleesvervangers
  • 100 gram prei = wit en groen van een klein stengeltje prei
  • 2 soeplepels ketchup (ik gebruik curryketchup voor wat extra pit)
  • 2 soeplepels mayo (of veganaise)
  • een half bouillonblokje of een koffielepeltje pasta/poeder
  • een ferme scheut sojasaus – ik gebruik het liefst deze tamari
  • een teentje look
  • een bolle mespunt gerookt paprikapoeder (bij Dille en Kamille steeds verkrijgbaar)

Bereiding

  1. In 1 potje: sojabrokken, sojasaus, bouillon, gerookt paprikapoeder, geperst knoflookteentje.
  2. Overgiet met wat heet water, net voldoende om te weken, niet om ze te laten zwemmen. Roer, dek af en laat een kwartiertje staan.
  3. Was en snijd ondertussen de prei in flinterdunne ringetjes.
  4. Bak de gemarineerde sojabrokken in een beetje olijfolie en zie hoe ze prachtig goud kleuren. De carnivoor in mij gloeit en herinnert zich een pan rul gebakken gehakt.
  5. Voeg bij elkaar: sojabrokken, prei, mayo en ketchup. Meng en zet er even de mixer in. Niet tot je een papje hebt, er moet zeker nog wat structuur inzitten.
  6. Proef en kruid eventueel bij met wat peper of chili.

Deze salade wordt alleen maar lekkerder wanneer je hem in de koelkast zet tot hij frigofris is. Heerlijk op toast!

Geplaatst in Broodbeleg | Een reactie plaatsen

Rode kool in’t zuur

Rode kool? Dat houdt zich nog wel eventjes sterk in de koelkast. Maar té lang moet je ze nu ook niet laten liggen.

Situatie: het volgende groentepakket kwam er al aan, toen de rode kool van vorige vrijdag nog lag te blinken in onze koelkast. Echt stralen deed ze echter niet meer, de buitenste twee blaadjes vertoonde de eerste tekenen van verval. Dus moest ik snel handelen en besloot ik ze te ‘pickelen’ naar degelijk Brits gebruik. Een receptje vond ik op de website van bbc good food.

Heerlijk bij een boterham met kaas of bij restjes vlees. Of voor zuurliefhebbers zoals ons moeder en haar zussen: recht uit de pot! Mama, er komt een pot jouw richting uit!

rode kool

Ingrediënten (voor twee potten zoals afgebeeld):

  • 500g rode kool, fijn geschaafd
  • 140g grof zeezout
  • 500ml appelazijn (mag ook witte wijn azijn zijn of een andere neutrale variant)
  • 200ml rode wijn
  • 400g kristalsuiker
  • 2 tl zwarte peperbolletjes
  • 6 laurierbladeren
  • 2 el gele mosterdzaadjes
  1. De rode kool fijn schaven op een mandoline. Dat ziet er ongeveer zo uit:

mandolineDe geschaafde rode kool doe je vervolgens in een vergiet, je bestrooit ze rijkelijk met zout (jawel, meer dan 100g!) en je laat ze uitdruppen in de gootsteen voor een uur of drie. Spoel de rode kool en dep ze wat droog.

  1. In een sauskom voeg je bijna alle andere ingrediënten samen: azijn, wijn, suiker, peperbolletjes en laurierbladeren. Laat ze lichtjes pruttelen tot de helft van de vloeistof ongeveer is verdampt. Laat dan nog tien minuten staan om sterker te worden van smaak.
  2. Zeef de vloeistof en gooi peperbollen en laurier weg. Vermeng rode kool met mosterdzaad en giet er de vloeistof over.  Verdeel dan de rode kool én de vloeistof over steriel gekookte potten en sluit meteen af. Dit bewaart zeker een maand in de koelkast.
Geplaatst in Groente, Veggie | 1 reactie

Groentecurry

Al de verse biologisch groenten van het voedselteam, het is een wekelijkse verwennerij. Wanneer je echter een heel weekend van hot naar her rent om te koken op verplaatsing of om verwend te worden met moeders kookkunsten, dan ligt al dat vers goed op maandag onaangeroerd en iets minder vers nog steeds in de frigo.

En dan is daar Jeroen Meus. De man is ondertussen een nationale held en dat is gegrond. Ik googelde zijn groentecurry en in no time waren verwerkt: drie iets te slappe preikes, een zak wortelen, aardperen, gewone aardappelen en erwten. De ingrediënten voor de saus heb ik altijd standaard in huis en je kan er eindeloos mee variëren. Ik heb namelijk te veel soorten currypasta in huis en zo komen die ook nog eens aan de beurt.

Het fijne is dat dit recept zo poepsimpel is. Je stooft gewoon je groenten en je mixt in een blender je saus bij elkaar. Bij elkaar gieten, even laten pruttelen en klaar.

Ik gaf er rijst bij in plaats van papadums.

En hier vind je het recept.

Geplaatst in Groente, Stoofpot, Veggie | Tags: | 1 reactie

Preischotel met curry

Nu ik moet eten voor twee (of toch 10% meer volgens de boekskes) krijg ik vaak nostalgische goestingskes waar ik dan meestal gewoon aan toegeef. Zo kwamen er onlangs de gewone Vlaamse witloofrolletjes in hesp op tafel. Voor manlief vergat ik zelfs een vleesloos stronkje te voorzien, zo in de roes van weleer was ik. Hoewel de witte saus al vol boter zit, gaat er toch nog een genereuze klets in de puree. Dat soort eten.

Er zijn zo van die klassiekers die vroeger regelmatig op tafel kwamen, maar sinds het vegetarische(re) leven verdwenen zijn. De preischotel met vis is er zo eentje waar mijn zus veel heimwee naar heeft. En nu dus ook ik.

Voor de preischotel besliste ik toch een vegetarische alternatief te verzinnen. Gelukkig waren daar in de frigolade nog twee overgebleven gemarineerde tofufiletjes uit de Bioplanet. Die schatjes vind je bij de betaalbare vleesvervangers (in tegenstelling tot hun broers en zussen die soms stukken van mensen kosten) en ze smaken nog eens lekker ook.

Omdat wij hier zo’n zelfgroeipakket met massa’s oesterzwammen hebben staan, voegde ik deze ook nog toe en dat was een absoluut schot in de roos. Volgende keer: geen tofu en veel meer oesterzwammen.

Alzo kon ik hier thuis de commentaar ‘jaaaa, da laat z’n eigen goed eten’ ontlokken. En dan weet ik dat het goed zit.

Ingrediënten voor drie

  • drie stengels prei – fijn gesnipperd
  • vier uien – in ringen gesneden
  • twee tofufilets (kan je ook zelf marineren naar smaak)
  • 2 tl currypoeder
  • 1 el kurkuma
  • 20 cl room
  • 20 cl melk
  • Als het wat meer mag zijn: vijf grote oesterzwammen in reepjes

Bereiding

  1. Verwarm de oven voor op 220°C.
  2. Leg de fijngesneden prei in de ovenschaal. Deze zal nu al flink vol liggen, maar je blijft gewoon stapelen, dat slinkt tijdens het bakken.
  3. Kruid met peper en zout.
  4. Als je de oesterzwammen gebruikt, bak ze dan eerst met wat peper en zout in olijfolie tot ze bruin kleuren en leg ze dan op de prei.
  5. Leg er de tofufilets bovenop en druk wat aan.
  6. Bak in een pan (dezelfde als die van de oesterzwammen) de uiringen tot ze een beetje glazig beginnen worden, voeg curry en kurkuma toe en overgiet met het doosje room.
  7. Giet dit mengsel over de tofu en de prei.
  8. Giet ook de melk in de ovenschotel, dek af en laat een klein uurtje bakken in de oven tot de prei helemaal zacht is. Of minder lang als je de prei graag nog wat knapperig hebt.

Serveer met puree en smelt weg.

Geplaatst in Stoofpot, Tofu, Veggie | Een reactie plaatsen

Noord-Europa en zijn clichés

Zeven weken op de fiets door Noord-Europa. Wanneer ik vertel hoe wij onze zomer doorbrachten krijgen sommigen een pijnlijke grimas vol ongeloof op hun gezicht. Anderen benijden ons. Voor mij is fietsen de ideale manier van reizen. Het gaat mij niet om het fietsen zelf, het is het tempo en de vrijheid die ermee gepaard gaan waar het mij om te doen is.

Veel gekker is voor mij het idee om zeven weken niet in mijn eigen keuken te staan. Want als ik even ging ‘streetviewen’ zag ik enkel bos, bos en bos. Geen gezellige Zuid-Franse restaurantjes, geen Italiaans marktje, geen Engelse pub waar altijd wel iets te smikkelen valt. PANIEK.

Gelukkige kookten we vorig jaar ook al met het kampeervuurtje en wist ik dat het ding wel tot het een en ander in staat is. Dus kwam het er gewoon op neer om een degelijke zwerfkeuken aan te leggen. Dat is nog zo een voordeel van fietsen: je moet niet overdreven hard op het gewicht van je bagage letten. Daarom kreeg ik van de wederhelft het fiat om de volgende basics mee te nemen:

SwedenFinlandNorway097Laten we dat hier even klasfotogewijs aanpakken.

Boven vlnr: groentebouillon en champignonbouillon + een potje rode Thaise curry
Tweede rij vlnr: look, koriander, gedroogde slakruiden, mangocurry, gember, potje zout
Onderste rij vlnr: gember, paellakruiden, cayennepeper, tijm, tuscany blend, komijn, potje oregano en daaronder nog een potje gewone currypoeder

Wat het winkelaanbod betreft, klopt het cliché: hoe noordelijker, hoe triester. In het uiterste noorden van Noorwegen zijn werkelijk alle fruit en groente geïmporteerd en dat leidde soms tot iets minimalistischere maaltijden dan we gewoon waren geraakt.

Toch konden we zelden klagen. Zo passeerden we op een gegeven moment in Zweden een fijn kraampje met twee oude knarren die van de cafébaas van het café ernaast, onze fietsplannen hadden gehoord. Ze verkochten er allerlei soorten zelf geplukte en gedroogde champignons waarvan de kwijl uit mijn mond liep. De oude man was zo ingenomen met onze plannen en onze moed dat hij me prompt mijn centen voor de lekkernijen teruggaf. En zo kregen wij die dag ons avondeten cadeau. Nog wat room, ui, look, champignonbouillon en wortel en onze rijstmaaltijd was ineens een feest!

SwedenFinlandNorway098

Geplaatst in Stoofpot, Veggie | 1 reactie

Italianen en Noorse tomaten

Ik ging op reis en ik zag een Italiaan koken in een Noorse campingkeuken. Geen gedroogde vis, geen rendier, niets geen lokale specialiteiten. De kerel had het voor elkaar gekregen om in de schaars geassorteerde noordelijke supermarkt wat kerstomaatjes te kopen (aan schrikbarende prijzen) en gooide die in de pan met olijfolie en ongepelde tenen look. De geur! De geur! Toen wist ik: na zeven weken koken in een potje op een campingvuurtje (later meer daarover!) is het wel genoeg geweest, ik wil naar huis om deftig te koken.

En zo geschiedde. Een dag later namen we het vliegtuig en vandaag smeet ik een hoop (betaalbare) kerstomaatjes in de pan met drie tenen ongepelde look. Daarbij kwamen ook kleine blokjes courgette die ik eerder stoofde in olijfolie en vers gedopte tuinbonen uit de ouderlijke tuin. Wat vers gesneden basilicum, zout, peper, gekookte pasta erbij en basta.

We hebben hier dan wel geen prachtige bergen, ongelooflijke fjorden, zuivere lucht, stilte, ruimte, achter elke hoek een lief rendier, heldere meren, schattige houten hutjes met een houtvuur (oooooh, gemis)…. We hebben wel betaalbare en lekkere groenten die de zon hebben gezien. Ik zwaai de vakantie uit met de gedachte dat dat soms wel genoeg is voor mij.

Geplaatst in Groente, Pasta, Veggie | 3 reacties